publicaties & samenwerkingen

mijn boek

Magazine WMO



De Wakkere Wereld
Mijn stelling is dat als we de wereld anders inrichten er minder mensen beperkt zijn. Als we als maatschappij beter opletten welke obstakels we opwerpen is er minder te compenseren.
Omdat het nog niet zover is, hebben we er vooralsnog vooral zorg voor te dragen dat we de kwaliteit van de Wmo bewaken en waar nodig verbeteren door in ieder geval de bereikbaarheid en uitvoerbaarheid te borgen. Een mooie boost hierin is gegeven met het abonnementstarief dat sinds 1 januari dit jaar geldt.
De gemeenten waren er niet enthousiast over, maar minister Hugo de Jonge heeft het toch doorgezet. Zijn uitgangspunt is dat het niet erg is als meer mensen een Wmo-aanvraag indienen nu er een vaste eigen bijdrage is ingevoerd. "Eén van de redenen om over te gaan tot dat abonnementstarief is nou juist dat de huidige eigenbijdragesystematiek voor bijvoorbeeld lage middeninkomens ook een reden is om er dan maar van af te zien. Dat er wat meer mensen gebruik van maken vind ik niet zo erg.” zei hij in een debat over de wijziging.
Inmiddels ligt het eerste kwartaal van 2019 achter ons en die meer mensen lijken er inderdaad te zijn.
Zo sprak ik iemand die eerder (niet voor niets) een tijdje hulp bij het huishouden had ontvangen vanuit de Wmo, maar dit vanwege haar hoge eigen bijdrage heeft stopgezet. Met ingang van het abonnementstarief heeft zij opnieuw een aanvraag gedaan en nu wordt het zware werk weer overgenomen. En laatst kwam ik bij iemand op huisbezoek, die al een indicatie voor een aanpassing aan de woning had gekregen, maar de uitvoering had stopgezet vanwege die eigen bijdrage. Na de invoering van het abonnementstarief heeft ze de indicatie gereactiveerd.
Persoonlijk geloof ik niet dat nu opeens zomaar allerlei mensen een aanvraag gaan doen. Ik volg Hugo de Jonge in de aanname dat juist die groep met lage middeninkomens zich laat horen en dat dat goed is. Zorg is geen markt. Als je behandeling nodig hebt moet die behandeling er zijn. Ook de Wmo moet geen markt zijn. Als je niet (meer) in staat bent om gewoon mee te doen, dan moet er iets vervangends binnen jouw bereik liggen. Het kan toch niet zo zijn dat het afhankelijk is van het inkomen van de ouders of een kind wel of geen aangepaste fiets heeft om mee naar school te gaan en een rondje door de wijk te chillen met vriendjes of vriendinnetjes? Althans, wij hebben als maatschappij bedacht dat in de basis iedereen gelijke kansen moet hebben. Ongeacht afkomst, sociale status of inkomen. Toch?
Waar de angst van gemeenten zat en misschien nog wel zit, is dat er een gapend gat in de Wmo begroting ontstaat. Geen onterechte angst, vermoed ik, want onder ons gezegd heb ik me vanaf het begin afgevraagd hoe men dit dacht te gaan bekostigen. Waar binnen een gemeente de mensen met de hogere inkomens ook een hogere eigen bijdrage betaalden, betaalt nu immers iedereen hetzelfde bedrag en dat zelfde bedrag is in sommige gevallen fors lager dan wat die hogere inkomens eerst in de pot deden. Los nog even van de toename van aanvragen en de daarbij komende (meer)kosten. Toch is het geen één-tweetje om dan maar meer geld naar gemeenten te schuiven of om dat abonnementstarief weer op te heffen. Het is zaak om goed te kijken naar hoe we onze maatschappij hebben ingericht en wat hiervan de consequenties zijn voor de uitvoering van wet- en regelgeving. Als we alleen maar meer geld overhevelen lossen we het probleem op lange termijn mogelijk niet op.
Denk bijvoorbeeld aan de consequenties van toename van particuliere en tijdelijke verhuur van woningen aan vakantiegangers en expats. Een cliënt in Amsterdam deed een aanvraag voor een scootmobiel omdat zij eerder nog wel met haar rollator naar de supermarkt op de hoek kon lopen, maar nu, zoals ze zelf zei, wordt ingesloten door ‘trendy cafeetjes en baristabars en dure restaurants waar ze geen normaal bord eten hebben, laat staat dat ik in de buurt nog een halfje bruin kan krijgen of naar de kapper kan’. Deze cliënt woonde in het centrum van de stad in een verder prima geschikte woning in steeds minder op bewoning gerichte omgeving.
Ook buiten het centrum van de stad ondervinden mensen hinder van deze oprukkende commercie. Omdat ze de buren niet meer kennen en niemand lijkt te investeren in contact omdat het maar tijdelijk is. Met de toename van particuliere tijdelijke verhuur, vervalt de sociale cohesie in een stad. Dat vraagt meer van de Wmo, want we hebben ooit met elkaar bedacht dat het beter is als mensen langer zelfstandig blijven en langer thuis wonen en dit idee is gebaseerd op de aanwezigheid van een vangnet en buren die een oogje in het zeil kunnen houden, maar heb jij zelf weleens in een Airbnb gezeten en je afgevraagd of de mensen in het huis naast jou OK waren?
Bovenstaande laat mijns inziens heel helder zien dat de kwaliteit van de Wmo niet op zichzelf staat, maar beïnvloed wordt door de wereld eromheen. Hoe beter we de Wmo integreren, hoe hoger de kwaliteit.
Dat integreren is wat mij betreft wél een één-tweetje, want dat kunnen we allemaal zelf. Bijvoorbeeld als we een renovatie uitvoeren, zodat we voorkomen dat daarna het leger consulenten moet uitrukken om drempels overrijdbaar te maken, om handzenders voor automatische deuropeners te indiceren, om straten te laten ophogen zodat scootmobiels weer de berging ingereden kunnen worden; als we nieuwe huizen bouwen, zodat we geen zware drangers op centrale toegangsdeuren zetten, die een fit iemand al problemen bezorgt als ze naar binnen wil rollen met een fiets vol boodschappen, bellenborden niet zo hoog hangen dat iemand in een rolstoel dus sowieso nooit bij kan, de stroompunten niet net boven de drempel aanleggen, zodat mensen die slechter ter been zijn voorover vallen als ze er een stekker in willen steken; als we oude kantoorpanden ombouwen tot woningen, als we flexplekken inrichten, bedrijfspanden pimpen, bioscoopzalen bouwen, als we evenementen organiseren en nieuwe winkelconcepten op de markt gooien, als we vluchtroutes maken in tunnels en op bruggen, treinstellen en tram- en metromaterieel ontwikkelen, maar ook door invalidentoiletten in restaurants niet te gebruiken voor opslag, geen parkeerplaatsen voor invaliden te bezetten als we ‘alleen even de winkel in- en uit te springen’ voor een krant of een bosje bloemen, iemand even te helpen met een boodschap tillen, een stoepje nemen, de tuin onderhouden, onze fietsen niet te stallen bovenop de blindenstreep, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.
Als we met zijn allen wakker zijn, kunnen we onze maatschappij echt inclusief maken, want hé, als we geen drempels opwerpen hoeft ook niemand daarna geholpen te worden om erover heen te komen.
Sandra M.E. Jacobs
dewmoadviseur.nl
Meer lezen? Check de blogsite van de Wmo adviseur of bestel direct het boek ‘O, dus dát is Wmo!’, een boek met verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel en werken met je hart in de ene en de wet in je andere hand.